levenbach

Door: Aernout Zappey – 14 september 2026

Blogs

Wanneer mag je als politieke of maatschappelijke organisatie meeliften op een bekend merk?

De recente IKEA-zaak tegen het Vrijheidsfonds (ECLI:EU:C:2026:721) past in een bredere lijn van zaken waarin politieke campagnes gebruikmaken van bekende merken of herkenbare huisstijlen.

Denk aan de Belgische zaak rond Christian Louboutin: een campagne van Vrouwen tegen Islamisering gebruikte de iconische rode zool van Christian Louboutin-schoenen. De rechter verbood dat gebruik, omdat het afbreuk deed aan de reputatie en exclusiviteit van het luxemerk. (Vz. Rechtbank van Koophandel Antwerpen 12 september 2013, C/13/00138 (Louboutin vs Van Dermeersch).

Ook in Nederland zoeken politieke partijen soms de grenzen op, zoals bij de zogenoemde SP-surfshort-zaak (SP vs Protest), waarin een campagne-uiting sterk leek op een bekend kledingontwerp. Deze kwestie is geschikt, waarschijnlijk omdat de merkhouder politieke associaties willen vermijden.

Daartegenover staan campagnes van organisaties als Greenpeace, die bekende merken van bijvoorbeeld Shell of Esso parodiëren. In zulke gevallen krijgen maatschappelijke organisaties vaker ruimte, omdat de uiting rechtstreeks kritiek levert op de merkhouder zelf of diens activiteiten.

Het cruciale verschil met de IKEA-zaak is dat het Vrijheidsfonds de IKEA-stijl niet gebruikte om IKEA te bekritiseren, maar om aandacht te trekken voor een losstaand politiek standpunt over migratie. De bekende huisstijl diende vooral als blikvanger.

Conclusie is dan ook dat vrijheid van meningsuiting een geldige reden kan zijn om een merk te gebruiken, maar niet wanneer het merk enkel wordt ingezet om bereik, herkenbaarheid of impact te vergroten. Er moet een voldoende inhoudelijke band bestaan tussen het merk en de boodschap.

Bekende merken zijn geen gratis campagnetool.